ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0874
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H. Husson
- J. Lückers
- M. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht zonder onbillijkheid van overwegende aard
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, maar heeft het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn betaald. Volgens artikel 282a, tweede lid, in samenhang met artikel 362 Rv Pro leidt dit tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
De man voerde aan dat niet-ontvankelijkverklaring zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, omdat hij anders zijn hypotheekrente niet kan betalen en zijn financiële belang bij het hoger beroep groot is. Tevens stelde hij dat de wet rechtsongelijkheid creëert tussen verzoekers en verweerders in beroep.
Het hof oordeelde dat de man een alternatieve rechtsgang heeft via artikel 1:401 BW Pro en dat het verschil in procespositie tussen verzoeker en verweerder gerechtvaardigd is door het beginsel van hoor en wederhoor. De omstandigheden rechtvaardigen geen toepassing van de hardheidsclausule. Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder onbillijkheid van overwegende aard.