ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1134
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen vader en minderjarige na beëindiging begeleide omgang
In deze zaak staat de vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal, nadat begeleide omgangscontacten in een omgangshuis voortijdig werden beëindigd. De moeder en vader zijn het oneens over de omgang, waarbij de moeder stelt dat de minderjarige gedragsproblemen vertoont en de omgang beter kan worden uitgesteld, terwijl de vader ernstige zorgen heeft over de situatie thuis en een voorlopige ondertoezichtstelling verzoekt.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vader tot voorlopige ondertoezichtstelling een nieuw verzoek is dat in hoger beroep wordt gedaan en verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk. Het hof benadrukt dat het contact tussen vader en kind tot stand moet komen en stelt daarom een omgangsregeling vast die ingaat op 1 september 2013. De minderjarige zal dan eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 10:00 tot 14:00 uur bij de vader verblijven, waarbij de moeder verantwoordelijk is voor het brengen en ophalen.
Het hof houdt rekening met de wens van de moeder om de minderjarige de kans te geven zich verder te ontwikkelen en stelt de regeling zodanig vast dat de omgang kan worden voorbereid. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige in hoger beroep verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk en stelt een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige vanaf 1 september 2013 om de veertien dagen op zaterdag bij de vader verblijft.