ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1605
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Leuven
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onbegeleide omgangsregeling tussen vader en minderjarige ondanks bezwaren moeder
In deze zaak stond de vaststelling van een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. De moeder weigerde medewerking aan onbegeleide omgang vanwege zorgen over de veiligheid en het vertrouwen van het kind jegens de vader. Het hof baseerde zich op rapportages van Stichting Jeugdformaat en de Raad voor de Kinderbescherming.
De rapportage van het omgangshuis stelde dat er geen contra-indicaties waren voor onbegeleide omgang en dat de vader in staat was de omgang goed vorm te geven. De moeder belastte het kind met haar angsten, wat de omgang bemoeilijkte. De vader toonde zich welwillend en de raad adviseerde om de omgang zonder begeleiding te laten plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de spanningen door de aanwezigheid van de moeder een negatieve invloed hadden op het kind en dat onbegeleide omgang de ontwikkeling van de vader-kindrelatie zou bevorderen. De moeder beloofde haar medewerking aan de onbegeleide omgang. Het hof stelde daarom een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige vanaf dat moment om de veertien dagen op zaterdag bij de vader verblijft, vanaf september 2013 uitgebreid tot een weekend.
Daarnaast werd bepaald dat de ouders in overleg moeten treden over een vakantieregeling, zodat ook vakanties bij de vader kunnen worden doorgebracht. De beschikking werd vernietigd voor zover de omgangregeling betreft en opnieuw vastgesteld, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt een onbegeleide omgangsregeling vast waarbij de minderjarige om de veertien dagen bij de vader verblijft, ondanks bezwaren van de moeder.