ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1953
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. Kuijer
- M.I. Veldt-Foglia
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte verbleef op 2 februari 2011 als vreemdeling in Nederland, terwijl zij wist dat zij tot ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Ondanks diverse pogingen van de Nederlandse autoriteiten om haar uitzetting te realiseren, waaronder presentaties bij diplomatieke vertegenwoordigers en een taalanalyse, leverde de verdachte onvoldoende medewerking en onderbouwde zij haar nationaliteit niet aannemelijk.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de Terugkeerrichtlijn niet was doorlopen na haar aanhouding. Het hof oordeelde echter dat de richtlijn wel van toepassing is, maar dat er geen nieuwe omstandigheden waren die een hernieuwde terugkeerprocedure vereisten, en verwierp dit verweer.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat zij ongewenst was en toch illegaal verbleef. De verdachte slaagde er niet in aan te tonen dat zij buiten haar schuld geen reisdocumenten kon verkrijgen of dat zij voldoende inspanningen had verricht om Nederland te verlaten.
Gelet op de ernst van het feit, het recidiverisico en eerdere veroordelingen, stelde het hof een gevangenisstraf van drie maanden vast, met aftrek van voorarrest. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed zelf recht.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring.