ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2202
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige voor duur van een jaar
In deze internationale omgangszaak stond de vraag centraal of de vader recht had op omgang met zijn minderjarige kind, dat haar gewone verblijfplaats in Oostenrijk heeft. Het hof had partijen eerder uitgenodigd om de zaak binnen vier maanden aanhangig te maken bij de bevoegde Oostenrijkse rechter, conform artikel 15 lid 1 sub a en Pro lid 4 van de Verordening Brussel II-bis. Partijen hebben dit niet opgevolgd.
Het hof heeft vervolgens de zaak inhoudelijk op de stukken beoordeeld. Uit een deskundigenopinie bleek dat het kind langere tijd nodig heeft om te herstellen van de gevolgen van de ouderlijke geschillen, waardoor omgang voorlopig niet in het belang van het kind is. Het hof oordeelde dat er sprake is van zwaarwegende belangen die het recht op omgang tijdelijk moeten ontzeggen.
Daarom heeft het hof het recht op omgang van de vader met de minderjarige voor de duur van een jaar ontzegd, ingaande op de datum van de uitspraak. Het overige in hoger beroep gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige voor de duur van een jaar.