ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2208
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de echtscheiding en de verdeling van goederen zijn vastgesteld, evenals de alimentatieverplichtingen. Het hof stelde vast dat het griffierecht niet tijdig was voldaan; de betaling vond plaats na de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift.
De vrouw stelde dat zij uitstel van betaling had gekregen tot 14 februari 2013 en dat de betaling op 7 februari 2013 is ontvangen, waardoor zij meende tijdig te hebben betaald. Ook werd een storing in het elektronisch banksysteem als oorzaak genoemd. Het hof oordeelde echter dat een aanmaning niet gelijkstaat aan uitstel van betaling en dat de advocaat geacht wordt de betalingstermijn te bewaken.
Op grond van artikel 282a, tweede lid, in samenhang met artikel 362 Rv Pro, verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen onbillijkheid van overwegende aard werd vastgesteld. De beslissing werd uitgesproken door drie rechters op 8 mei 2013.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.