ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2344
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Gemeentelijke aansprakelijkheid voor schade door wateroverlast en plasvorming bij woning
Appellant is eigenaar van een woning die sinds 2006 is verhuurd. Eind 2008 ontstond een vloerzakking door acute vochtoverlast, waardoor de huurder de woning moest verlaten. Appellant klaagde bij de gemeente, waarna een onderzoek werd uitgevoerd en het straatwerk en de straatkolk werden vernieuwd.
De rechtbank wees de vordering van appellant af omdat niet was vastgesteld dat de gemeente tekort was geschoten in haar zorgplicht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de zorgplicht van de gemeente volgens de Waterwet geldt en dat de gemeente aansprakelijk is voor het niet goed functioneren van de straatkolk.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van de gemeente beoordeeld moeten worden naar het recht dat gold vóór de Waterwet, dus op basis van artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding. De gemeente heeft een inspanningsverplichting, geen garantieplicht, en appellant moest aantonen dat de gemeente verwijtbaar heeft gehandeld.
Appellant kon slechts één melding over de straatkolk aantonen, die door de gemeente adequaat was opgevolgd. Verder bewijs van gebrekkig onderhoud of nalatigheid ontbrak. Het hof stond appellant toe getuigenbewijs te leveren over mogelijke eerdere plasvorming en kennis van de gemeente, waarna verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en staat appellant toe bewijs en getuigen te leveren over de kennis van de gemeente omtrent plasvorming en schade.