ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2471
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Van Leuven
- Kamminga
- Mink
- Rechtspraak.nl
Uitleg afspraken over echtelijke woning en hypotheekschulden na echtscheiding
Partijen, voormalig gehuwd in gemeenschap van goederen, maakten afspraken over de voormalige echtelijke woning en de hypotheekschuld na hun echtscheiding in 2005. De man zou de woning blijven bewonen en de hypotheekschuld betalen totdat hij financieel in staat was de woning over te nemen en de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan.
De vrouw vorderde in eerste aanleg en hoger beroep dat de man de woning op zijn naam zou zetten of deze te koop zou aanbieden, met een dwangsom bij niet-nakoming. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, waarna de vrouw hoger beroep instelde.
Het hof oordeelde dat het een kort geding betrof en dat de afspraken niet voorzien hadden dat zoveel tijd zou verstrijken, mede door veranderde marktomstandigheden en een onderwaarde van circa €22.000. De man had voldoende inspanningen geleverd om de woning over te nemen, maar was financieel nog niet in staat dit te realiseren. Het enkele tijdsverloop rechtvaardigde geen aanvullende termijn of verkoopverplichting. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vrouw af en bevestigt dat de man voldoende inspanningen heeft geleverd om de woning over te nemen, ondanks het ontbreken van een redelijke termijn.