ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2517
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Geen ongerechtvaardigde verrijking door investeringen in woning van vrouw
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin zijn vordering tot vergoeding van investeringen in de woning van de vrouw werd afgewezen. Hij stelde dat hij aanzienlijke bedragen had geïnvesteerd in de woning die eigendom was van de vrouw en dat dit leidde tot ongerechtvaardigde verrijking van de vrouw.
Het hof overwoog dat voor ongerechtvaardigde verrijking vier voorwaarden gelden: verrijking van de een, verarming van de ander, een verband daartussen en ongerechtvaardigdheid. De man kon echter niet overtuigend aantonen dat hij de woning van de vrouw had gefinancierd of dat hij uit eigen middelen investeringen had gedaan die niet waren verrekend met werkzaamheden van de vrouw.
De vrouw betwistte de investeringen en stelde dat zij de woning met eigen middelen had gefinancierd en dat de man geen bewijs had geleverd van betaling. Het hof concludeerde dat de man niet was verarmd ten gunste van de vrouw en dat er geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de man in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat geen vergoeding toekent voor investeringen in de woning van de vrouw.