ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3468
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Labohm
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Waardering en toedeling woning bij echtscheiding met betwisting vergoedingsrecht
In deze zaak stond de waardering en verdeling van de woning centraal in het kader van de echtscheiding tussen partijen. Het hof handhaafde de eerdere tussenbeschikking waarin de alimentatie was vastgesteld en bepaalde dat de woning door drie makelaars moest worden getaxeerd. De vrouw verzocht het hof om haar taxatierapport als uitgangspunt te nemen, wat het hof afwees vanwege procesorde.
De man stelde een overeenkomst te hebben waarin hij aanspraak maakte op een vergoedingsrecht wegens initiële kosten en renovaties, maar de vrouw betwistte de echtheid van deze overeenkomst en deed aangifte van vervalsing. Het hof oordeelde dat het vergoedingsrecht niet toekwam omdat de man met een onverplichte vermogensoverheveling tijdens het huwelijk aan een natuurlijke verbintenis had voldaan.
Het hof wees het aanvullend verzoek van de vrouw af wegens procesorde en gebrek aan belang, en wees het late ingebrachte stuk van de man af als tardief. Uiteindelijk werd de woning aan de man toegewezen tegen de getaxeerde waarde van €865.000, waarbij hij verplicht is de helft van deze waarde aan de vrouw te betalen. Het hof veroordeelde de man tot betaling van €432.500 aan de vrouw wegens overbedeling en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De woning wordt aan de man toegewezen tegen een waarde van €865.000, waarbij hij de helft aan de vrouw moet betalen.