ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3990
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verdeling gemeenschap en uitleg convenant in familierechtelijke procedure
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 augustus 2011, waarin een verdeling van de gemeenschap tussen partijen was vastgesteld. Hij vordert vernietiging van dat vonnis en stelt voor het eerst in hoger beroep een eis in reconventie tot vaststelling van de verdeling conform een convenant van 8 april 2009.
Het hof oordeelt dat een eis in reconventie niet voor het eerst in hoger beroep kan worden ingesteld en verklaart de man niet-ontvankelijk in die vordering. Feitelijk is tussen partijen een overeenkomst tot verdeling van de gemeenschap tot stand gekomen, zoals blijkt uit het door de man ondertekende convenant, dat door de vrouw niet is ondertekend maar waarvan zij het concept kende.
Het convenant bevat een allesomvattende regeling over de verdeling van de eenvoudige gemeenschap en de vennootschap onder firma. De man heeft de woning verkocht uit vrees voor executoriale verkoop door de fiscus vanwege een belastingschuld van de vrouw, en is slechts gehouden tot betaling van € 40.000 aan haar.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af; de man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn eis in reconventie.