ECLI:NL:GHDHA:2014:1241
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toepassing 70/30-regeling bij mosselkwekerij en onrechtmatige overheidsdaad
Gebr. [N] exploiteert een mosselkweekbedrijf en vordert in hoger beroep correctie van de 70/30-regeling die in 1977 op haar werd toegepast, evenals schadevergoeding wegens het niet herstellen van deze regeling in 1995. De Staat had de regeling ingevoerd om de praktijk van uitbesteding van mosselpercelen aan derden terug te dringen.
De rechtbank had de vorderingen afgewezen omdat geen sprake was van ongelijke behandeling. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de Staat in de jaren 1970-1977 de huurovereenkomst met mevrouw [betrokkene] alleen verlengde onder de voorwaarde dat haar zoon het bedrijf zou voortzetten. De Staat was niet verplicht de huurovereenkomst te verlengen of inbreng in een vof te accepteren.
De 70/30-regeling was een beleidsmaatregel die in deze bijzondere situatie terecht werd toegepast. Er was geen fout of onrechtmatig handelen van de Staat, noch aanleiding voor herstel in 1995. De vorderingen worden afgewezen, het bestreden vonnis bekrachtigd en Gebr. [N] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Gebr. [N] af en bekrachtigt het bestreden vonnis.