Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- het vonnis d.d. 4 mei 2012 te vernietigen;
- akte vragende van de wijziging van eis en wel in die zin dat: a) vordering II B 2 ook ziet op de opzegging d.d. 25 februari 2013, b) de eis aangevuld wordt en wel in die zin dat na vordering V een nieuwe vordering VI wordt ingelast luidende: geïntimeerden te veroordelen tot vergoeding van de schade geleden door appellanten ten gevolge van de onder grief VI omschreven wanprestatie c.q. de omschreven ongerechtvaardigde verrijking alles op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 november 2010 althans vanaf de dag van het nemen van deze memorie tot de dag der algehele voldoening,
- waarbij vordering VI (de proceskostenveroordeling) hernummerd wordt tot VII;
- de vorderingen, ook overigens ingesteld bij conclusie van repliek, toe te wijzen;
- geïntimeerden te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties.
- de feiten;
- huur – bruikleen;
- de bewijsopdracht;
- het oordeel van de rechtbank waarmee in een zaak als deze ook het beroep op redelijkheid en billijkheid is verworpen.
- geïntimeerden hebben de ruimte zonder recht of titel in gebruik genomen c.q. het gebruik van ruimte berust op bruikleen;
- de bruikleen is opgezegd;
- bestreden wordt dat geïntimeerden maandelijks een prijs betaald hebben voor het gebruik van de ruimten;
- de overeenkomst voldoet niet aan de essentialia van een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:201 BW Pro;
- subsidiair wordt bestreden dat de betalingen door geïntimeerden zouden zijn ten titel van tegenprestatie voor gebruik; zo al anders dat enige betaling als tegenprestatie door geïntimeerden voor gebruik onverenigbaar zou zijn met bruikleen;
- erflaatster heeft geen wezenlijk voordeel genoten van het gebruik door geïntimeerden;
- de door geïntimeerden gestelde betaling valt binnen het bereik van een bruikleenovereenkomst. De betaling kan worden aangemerkt als een vergoeding van de kosten die (ex artikel 7a:1781 BW) voor rekening van geïntimeerden komen;
- daaraan wordt toegevoegd dat indien de bruiklener de kosten van behoud en onderhoud voor zijn rekening neemt, dat niet afdoet aan het karakter van bruikleen;
- wil sprake zijn van een tegenprestatie dan zullen ten minste de onderlinge prestatie enigszins met elkaar in verhouding moeten zijn;
- onjuist is dat de rechtbank gemeentelijke belastingen heffing, OZB evenals verzekeringspremies buiten beschouwing heeft gelaten;
- thans daargelaten dat geen enkel bedrag resteert, althans uitgegaan moet worden van een bedrag lager dan € 39,09 per maand, stelt ook een bedrag van € 90,87 per maand objectief al evenmin iets voor, zodat ook dit leidt tot de kwalificatie bruikleen blz. 22.
- geïntimeerde sub 1 heeft in eerste aanleg met bankafschriften aangetoond dat hij van meet af aan huur heeft betaald en heeft bovendien met bankafschriften aangetoond dat de moeder van appellante sub 2 onder dezelfde voorwaarden huurde inclusief kamer 1;
- geïntimeerde sub 1 wenst te benadrukken dat er, rekening houdend met de energielasten voor onderhavige woning en ongeacht welke berekening wordt gehanteerd, altijd een bedrag aan kale huur overblijft. De huurcomponent op het totale maandelijkse bedrag bedraagt dan € 118,79 en de energiecomponent € 62,72;
- uit niets kan worden afgeleid dat geïntimeerden voornemens waren om na het overlijden van oma uit de woning te vertrekken;
- in tegenstelling tot hetgeen appellanten stellen in hun memorie van grieven, is er van een afspraak en/of bijbehorende uitgangspunten bij de aanvang van het gebruik omtrent beëindiging na overlijden van oma geen sprake.
- het uiterst lage huurbedrag dat geïntimeerden betalen;
- de bijzondere relatie waarop het gebruik berust;
- de beschikbaarheid van alternatieve woonruimte;
- niemand heeft belangstelling voor de aankoop van het grote huis als geïntimeerden vanuit het kleine huis nog kamers in het grote huis hebben.
- in elk geval staat vast dat de 28-jarige [geiintimeerde een] in het kleine huis bij zijn toen 89-jarige oma is ingetrokken;
- ook staat vast dat wat er betaald is welhaast niets is;
- de relatie tussen partijen is verstoord;
- zonder recht of titel is het geïntimeerde sub 1 geweest die diverse ruimtes in gebruik heeft genomen;
- ook zijn er omstandigheden – naar het hof begrijpt financiële omstandigheden -waarin de deelgenoten in de onverdeelde gemeenschap verkeren;
- geïntimeerden moeten in staat worden geacht om vervangende huisvesting te vinden.