ECLI:NL:GHDHA:2014:1346
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Mink
- Stollenwerck
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake uitleg huwelijkse voorwaarden en aanspraken op echtelijke woningen
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die een algehele uitsluiting van vermogensrechtelijke gemeenschap bepaalden, met een bepaling dat echtelijke woningen gezamenlijk eigendom zouden zijn tenzij anders overeengekomen. Tijdens het huwelijk zijn echter meerdere woningen uitsluitend op naam van de man gesteld, waarbij de vrouw steeds toestemming gaf voor verkoop en hypotheken, zonder mede-schuldenaar te zijn.
De vrouw vorderde onder meer mede-eigendom van de echtelijke woningen, vernietiging van de wijziging van huwelijkse voorwaarden en het echtscheidingsconvenant, en vergoeding van investeringen in de woningen. Het hof oordeelde dat het onderling overeenstemmend gedrag van partijen afweek van de huwelijkse voorwaarden, waardoor de vrouw geen verbintenisrechtelijke aanspraak op de woningen heeft.
Daarnaast wees het hof de vorderingen af die betrekking hadden op investeringen van de vrouw in de woningen, omdat zij deze onvoldoende had onderbouwd. Vorderingen inzake arbeidsrechtelijke aanspraken jegens de BV werden niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet tegen de man persoonlijk gericht konden worden.
De vordering tot vernietiging van het echtscheidingsconvenant wegens dwaling over de aandelenwaarde werd afgewezen, omdat partijen elkaar al kwijting hadden verleend. Ook de vorderingen wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking faalden. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de vrouw in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van de vrouw af.