ECLI:NL:GHDHA:2014:1375
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling ondanks EU-verblijfsrecht in andere lidstaat
De verdachte, een Marokkaan gehuwd met een Nederlandse vrouw, verbleef op 19 augustus 2011 in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Hoewel hij in België een verblijfsdocument had als gezinslid van een EU-burger, was dit verblijfsrecht niet toereikend om zijn verblijf in Nederland te rechtvaardigen.
De rechtbank in eerste aanleg sprak verdachte vrij, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde hem. Het hof oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was, omdat verdachte vrijwillig zijn legitimatie toonde en hij stond gesignaleerd als ongewenst vreemdeling. Het hof verwierp het verweer dat het gemeenschapsrechtelijke openbare ordecriterium van toepassing was en dat er geen actuele bedreiging was.
Het hof stelde vast dat verdachte meerdere veroordelingen had voor drugshandel en bezit, wat een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de Nederlandse samenleving vormde. Hierdoor was de ongewenstverklaring gerechtvaardigd. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden wegens het overtreden van artikel 197 Sr Pro door als vreemdeling in Nederland te verblijven terwijl hij wist dat hij ongewenst was verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf wegens verblijf in Nederland als ongewenst verklaarde vreemdeling ondanks EU-verblijfsrecht in België.