ECLI:NL:GHDHA:2014:1511

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2014
Publicatiedatum
1 mei 2014
Zaaknummer
2200332613
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor vermeende ontuchtige handelingen met een minderjarige van twaalf jaar. De tenlastelegging omvatte primair seksueel binnendringen met vingers of een stuk zeep, subsidiair het inzepen en betasten van het lichaam van het slachtoffer, en meer subsidiair het zich opzettelijk oneerbaar bevinden met ontbloot geslachtsdeel in een doucheruimte.

De rechtbank sprak verdachte in eerste aanleg vrij, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep instelde. Het hof heeft het dossier en de verklaringen, waaronder die van verdachte en het slachtoffer, zorgvuldig beoordeeld. Hoewel verdachte erkende dat zijn gedrag in strijd was met maatschappelijke normen, achtte het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat hij de verdergaande ontuchtige handelingen heeft gepleegd zoals tenlastegelegd.

De verklaring van het slachtoffer werd onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Ook het meer subsidiaire feit van het zich oneerbaar bevinden werd niet bewezen geacht. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte opnieuw vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor de tenlastegelegde ontuchtige handelingen.

Uitspraak

PROMIS
Rolnummer: 22-003326-13
Parketnummer: 09-807927-13
Datum uitspraak: 2 mei 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 juli 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 april 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 13 april 2013 te Leiden met [aangeefster], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], hebbende verdachte zijn vinger(s) en/of een stuk zeep in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht;
subsidiair:
hij op of omstreeks 13 april 2013 te Leiden met [aangeefster], geboren op 28 januari 2006, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het inzepen van het lichaam van die [aangeefster] en/of (daarbij) de vagina, althans de schaamstreek, van die [aangeefster] te betasten;
meer subsidiair:
hij op of omstreeks 13 april 2013 te Leiden zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in een doucheruimte van een zwembad in het Holiday Inn gebouw, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [aangeefster] haars ondanks tegenwoordig was.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. Het hof heeft daartoe het volgende overwogen.
Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte een uitgebreide verklaring afgelegd over hetgeen in de doucheruimte van het zwembad, heeft plaatsgevonden. Het hof stelt voorop dat uit die verklaring blijkt dat verdachte door zich in de door hem beschreven situatie te brengen in vergaande mate in strijd met algemeen aanvaarde maatschappelijke normen heeft gehandeld. Op grond van de inhoud van het dossier is evenwel niet komen vast te staan dat de verdachte verdergaande – ontuchtige - handelingen heeft gepleegd (dan wel seksueel is binnengedrongen) zoals is tenlastegelegd. De verklaring van [aangeefster] daaromtrent wordt onvoldoende ondersteund door de overige bewijsmiddelen in het dossier. Het hof acht derhalve onvoldoende overtuigend bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. De verdachte behoort daarvan dan ook te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde overweegt het hof dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich opzettelijk oneerbaar met [aangeefster] in de doucheruimte van het zwembad heeft bevonden, zodat de verdachte ook van het meer subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. H.P.Ch. van Dijk en mr. T.L Tan, in bijzijn van de griffier mr. C. Bossema.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 mei 2014.
Mr. T.L. Tan is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.