ECLI:NL:GHDHA:2014:1689
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M. Kamminga
- A. van Kempen
- J. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in hoger beroep inzake partneralimentatie
In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 14 mei 2014 uitspraak gedaan in hoger beroep over de partneralimentatie tussen een vrouw en een man na hun echtscheiding. De vrouw had op 4 november 2013 hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2013, waarin de man was veroordeeld tot het betalen van € 400,- per maand aan de vrouw. De rechtbank had eerder, bij beschikking van 17 juli 2012, de echtscheiding uitgesproken en de man verplicht om € 1.820,- per maand aan de vrouw te betalen, maar dit bedrag was later verlaagd.
Tijdens de zitting op 4 april 2014 heeft de vrouw verzocht om de bestreden beschikking te vernietigen en de partneralimentatie te verhogen naar € 2.836,56 per maand. De man verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep en de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het hof heeft vastgesteld dat de vrouw in haar beroepschrift geen gronden heeft geformuleerd tegen de beslissing van de rechtbank, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar hoger beroep. Het hof oordeelde dat de vrouw niet had aangetoond op welke gronden de man niet-ontvankelijk verklaard diende te worden en dat haar verwijzing naar een verweerschrift uit de eerste aanleg niet voldeed aan de eisen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de vrouw in haar hoger beroep nodeloos de man in rechte heeft betrokken, wat aanleiding gaf tot een proceskostenveroordeling. De kosten van het hoger beroep zijn vastgesteld op € 3.906,31, die de vrouw aan de man moet betalen. De uitspraak van het hof is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.