ECLI:NL:GHDHA:2014:1796
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Mink
- Lückers
- Van den Wildenberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging teruggeleiding minderjarige naar Polen bij internationale kinderontvoering
In deze zaak staat de teruggeleiding van een minderjarige centraal die door de moeder zonder toestemming van de vader van Polen naar Nederland is gebracht. De vader had eerder door een Poolse rechtbank het gezag en de zorg over de minderjarige toegewezen gekregen. De moeder startte een procedure in Nederland en verzocht om aanhouding van de teruggeleidingsprocedure totdat de Poolse rechtbank een wijziging van de voorlopige voorzieningen zou hebben beslist.
Het hof overweegt dat het Haags Verdrag inzake internationale kinderontvoering primair gericht is op een snelle terugkeer van het kind naar de oorspronkelijke verblijfplaats om schadelijke gevolgen van ontvoering te beperken. Het aanhoudingsverzoek van de moeder wordt afgewezen omdat spoedige terugkeer in het belang van het kind is. De moeder heeft geen beroep gedaan op weigeringsgronden en de minderjarige is te jong om te worden gehoord.
De rechtbank had eerder de terugkeer van de minderjarige naar Polen gelast, en het hof bekrachtigt deze beslissing. Tevens veroordeelt het hof de moeder tot vergoeding van de proceskosten die de vader heeft gemaakt in verband met de ontvoering en teruggeleiding. De moeder kan terugkeren naar Polen en er is geen aanwijzing dat de vader niet in staat is voor het kind te zorgen.
Uitkomst: Het hof gelast de onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige naar Polen en veroordeelt de moeder tot betaling van de proceskosten.