ECLI:NL:GHDHA:2014:1801
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Financiële afwikkeling van verbroken samenleving en verdeling gemeenschappelijke woning
Deze zaak betreft de financiële afwikkeling van een verbroken samenleving waarbij partijen gezamenlijk een woning bezaten en een notarieel verleden samenlevingsovereenkomst sloten. De kern van het geschil is de uitleg van de samenlevingsovereenkomst, met name artikel 4 lid Pro 3, en de verdeling van de overwaarde van de woning en de gekoppelde kapitaalverzekering.
De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de vrouw, maar de man stelde dat hij de woning zonder verrekening zou behouden en dat de vrouw geen aanspraak had op overwaarde. Het hof oordeelde dat partijen ieder een gelijk aandeel in de woning hebben volgens artikel 3:166 BW Pro en dat de bepaling 'zonder enige verrekening' niet betekent dat de vrouw geen aanspraak op de overwaarde heeft.
Het hof bevestigde dat de waarde van de woning bij verdeling wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde met aftrek van de hypothecaire lening en de inbreng van de man, waarna de helft van het resterende bedrag aan de vrouw toekomt. Ook de waarde van de overlijdensrisico- en kapitaalverzekering moet bij helfte worden verdeeld, met aftrek van door de man betaalde premies sinds de verbroken samenleving.
Het arrest vernietigt het bestreden vonnis voor zover het hierover oordeelde, bekrachtigt het voor het overige, compenseert de proceskosten en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de overwaarde van de woning en de helft van de waarde van de kapitaalverzekering aan de vrouw.