Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 3 juni 2014
[appellante],
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“vaste netto totaalprijs”opgenomen van € 1.400.000,- excl. BTW. Bij brief van 18 mei 2010 heeft [geïntimeerde] aan [appellante] bericht dat de opdrachtbevestiging van 28 april 2010 in haar visie op belangrijke punten niet juist is.
“het totale overzicht van de meer- en minderwerken (…) met daarbij de extra kosten welke tijdens de voorbereiding en uitvoering van uw werkzaamheden zijn ontstaan en door Dura Vermeer in rekeningen worden gebracht”toegezonden. Bij die brief is een opsomming gevoegd van kosten die door Dura Vermeer kennelijk aan [appellante] in rekening zijn gebracht.
“Hierbij doen wij u het schriftelijke verzoek om de kosten, zoals beschreven in uw brief van 31 maart 2011, te specificeren middels originele brieven inclusief bijbehorende openbegrotingen. Het betreft de kosten welke tijdens de voorbereiding en uitvoering van onze werkzaamheden zouden zijn ontstaan en door Dura Vermeer in rekening worden gebracht, een en ander zoals omschreven op bladzijde 4 van uw schrijven”.
“U stelt in uw brief van 31 maart 2011 dat Dura Vermeer extra kosten in rekening brengt. Graag zou ik van u de stukken ontvangen waaruit dat blijkt. U kunt geen bedragen verrekenen als die aan u niet in rekening zijn gebracht èn door u zijn betaald. De kosten zijn vooraf in ieder geval niet met cliënte besproken. Het is de vraag, als u bepaalde posten aan Dura Vermeer heeft voldaan, of u deze posten kunt verhalen op cliënte. Op pagina 4 van uw brief van 31 maart 2011 noemt u diverse posten. Ik verzoek u per post aan te tonen 1) dat deze kosten aan u in rekening zijn gebracht 2) dat u deze kosten heeft betaald en 3) dat cliënte aansprakelijk is.”
“Verder behouden wij ons het recht voor de niet uitgekeerde premie ad € 35.000,- voor het opleveren in december 2010, een opleverdatum welke door de schuld van [geïntimeerde] niet werd gerealiseerd, in rekening te brengen.”
“Overigens delen wij u en uw cliënte nadrukkelijk mee dat wij al onze schulden op tijd voldoen. Er zijn op dit moment geen schulden die onbetaald blijven! (…) Er is helemaal geen sprake van een faillissement! Wij betalen al onze schulden op tijd en dus correct!”
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 18 juli 2012;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van tot [geïntimeerde] op heden begroot op € 4.836,- aan verschotten en € 4.580,- aan salaris advocaat;
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van [appellante] begroot op € 2.290,- aan salaris advocaat;