Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 17 juni 2014
[naam],
Het verdere verloop van het geding
Verdere beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
5 augustus 2014 om 13.30 uur;
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een geschil over het eigendom en de levering van aandelen in een vennootschap binnen een ontbonden huwelijksgemeenschap. [X], als echtgenote en deelgenoot in de ontbonden gemeenschap, vordert dat zij mede-aandeelhouder is en dat de vaststellingsovereenkomst van 1995 vernietigd wordt wegens schijnhandeling.
De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van een schijnhandeling, maar wees de vordering af omdat [X] niet tijdig had vernietigd. Het hof stelt dat het aandeel een vermogensrecht is dat in de huwelijksgemeenschap valt en dat [X] als deelgenoot een verklaring voor recht kan vorderen dat de aandelen in de gemeenschap vallen.
Het hof oordeelt dat de levering van aandelen door [T] aan [L] al lang voor 1995 heeft plaatsgevonden en dat de vaststellingsovereenkomst deze situatie formaliseert, waardoor geen sprake is van een schijnhandeling. Het hof wijst echter toe dat [X] nader bewijs mag leveren en getuigen mag horen over de feitelijke situatie, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof staat nader bewijs toe en houdt verdere beslissing aan over het aandeelhouderschap en de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst.