Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
15 november 2013 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de duur van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige werd verlengd. De moeder betwistte de duur en verzocht tot beperking hiervan, stellende dat zij inmiddels stabieler is en in staat om voor de minderjarige te zorgen.
Jeugdzorg stelde dat de situatie nog onvoldoende stabiel is, mede door recente geweldsincidenten tussen de ouders en het feit dat de moeder pas kort in een eigen woning woont. De vader steunde de terugplaatsing bij de moeder. Het hof overwoog dat de belangen van de minderjarige voorop staan en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk blijven gezien de omstandigheden.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de moeder af, omdat de ontwikkelingen bij de moeder nog te pril zijn en de veiligheid en stabiliteit voor de minderjarige nog niet voldoende gewaarborgd zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige tot 23 mei 2014.