ECLI:NL:GHDHA:2014:1985
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Mink
- Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing vordering ontslag hoofdelijkheid hypothecaire lening na akte van verdeling
De vrouw kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat haar vorderingen tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire lening afwees. Zij wilde de woning aan de man toewijzen of bij gebrek daaraan verkoop van de woning. Het hof stelde vast dat de woning bij akte van verdeling al aan de man was toegedeeld, waarbij de man zich inspande om de vrouw te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen.
De procedure kende meerdere herstelexploten met gebreken, maar het hof achtte de zaak aanhangig omdat de man niet tijdig bezwaar maakte tegen de latere rolplaatsing. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, omdat zij het hoger beroep tegen beter weten had ingesteld nadat de akte van verdeling was gepasseerd.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en wees de vorderingen van de vrouw af, waarbij het belang van de vrouw bij de primaire en subsidiaire vorderingen ontbrak. De proceskosten werden aan de zijde van de man begroot op €1.193,- en waren uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de vrouw af wegens gebrek aan spoedeisend belang.