ECLI:NL:GHDHA:2014:2164

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
25 juni 2014
Zaaknummer
2200043314
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van ontuchtige handelingen door leraar jegens minderjarige leerling

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontuchtige handelingen met een minderjarige leerling die aan zijn zorg en opleiding was toevertrouwd. In eerste aanleg werd hij veroordeeld voor twee onderdelen en vrijgesproken voor één. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Tijdens het hoger beroep oordeelde het hof dat de verdachte en het slachtoffer elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens een schoolactiviteit waarbij sprake was van een leraar-leerling relatie. Hoewel de verdachte daarna niet meer als docent van het slachtoffer optrad, bleef hij leraar aan dezelfde onderwijsinstelling, waardoor het hof oordeelde dat er sprake bleef van een zorgrelatie.

Het hof stelde vast dat alleen het onderdeel van tongzoenen voldoende wettig bewijs had. Gezien de omstandigheden, de leeftijd van partijen en de vertrouwensrelatie, vond het hof dat deze gedraging niet in strijd was met de sociaal ethische norm. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde ontuchtige handelen.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover het nog aan zijn oordeel was onderworpen en deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde. Een voorwaardelijke straf en beroepsverbod werden niet opgelegd.

Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken van het plegen van ontuchtige handelingen met de minderjarige leerling.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000433-14
Parketnummer: 09-711768-12
Datum uitspraak: 25 juni 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Den Haag van 23 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 11 juni 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ter terechtzitting van 11 juni 2014 is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging terzake van het aan de verdachte onder 1 en 3 tenlastegelegde. Voor deze beslissing verwijst het hof naar het proces-verbaal van die terechtzitting.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep en voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:
2.
Hij, als leraar van [onderwijsinstelling] te
’s-Gravenhage op een of meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 16 november 2011 te 's-Gravenhage ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding, en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1993, door -:
- met die [slachtoffer] te (tong)zoenen, en/of;
- de naakte vagina en/of billen en/of borsten, althans het naakte lichaam van die [slachtoffer] te strelen/betasten, en/of;
- zijn, verdachtes penis, althans zijn naakte lichaam te laten strelen/betasten door die [slachtoffer], en/of;
- zijn, verdachtes, penis, in de vagina van die [slachtoffer] te brengen.
en/of
hij, als leraar van [onderwijsinstelling] te
’s-Gravenhage op een of meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 16 november 2009 te 's-Gravenhage buiten echt een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding, en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1993,
door met die [slachtoffer] te te(tong)zoenen;
- de naakte vagina en/of billen en/of borsten, althans het naakte lichaam van die [slachtoffer] te strelen/betasten, en/of;
- zijn, verdachtes penis, althans zijn naakte lichaam te laten strelen/betasten door die [slachtoffer], en/of;
- zijn, verdachtes, penis, in de vagina van die [slachtoffer]te brengen.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van twee jaren en dat aan de verdachte de bijzondere voorwaarde zal worden opgelegd dat hij zich dient te houden aan het verbod tot het uitoefenen van het beroep van docent gedurende vijf jaren.
Vrijspraak van feit 2
De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat - zakelijk weergegeven - verdachte moet worden vrijgesproken van het onderdeel dat [slachtoffer] aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid is toevertrouwd.
Het hof heeft aan de hand van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep vastgesteld dat verdachte en [slachtoffer] elkaar in maart 2009 voor het eerst hebben ontmoet tijdens het open-podium, een door de school georganiseerde activiteit. Op dat moment was sprake van een leraar – leerling relatie. Het hof overweegt daarbij dat het de rol die ieder van de betrokkenen in schoolverband speelde was die hen als deelnemer aan het open-podium samenbracht. Daaraan doet niet af dat de sfeer tijdens het open-podium door de deelnemers anders werd ervaren. Daarna is verdachte niet meer als docent van [slachtoffer] opgetreden. Hij bleef echter nog wel leraar aan de [onderwijsinstelling] waar [slachtoffer] leerling was. Het Hof is van oordeel dat in de eerdere ontmoeting tijdens het open-podium een omstandigheid is gelegen waardoor er ook in de periode dat verdachte niet als docent van [slachtoffer] optrad wel sprake was van een leraar-leerling relatie en [slachtoffer] daarmee dus wel aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid was toevertrouwd.
Het hof heeft echter vastgesteld dat uitsluitend voor het onder 2 ten laste gelegde tongzoenen voldoende wettig bewijs voorhanden is. Volgens [slachtoffer] hebben de verdachte en zij vier maanden na het open-podium voor het eerst met elkaar gezoend. In de tussentijd heeft zich een ontwikkeling voorgedaan in het vertrouwen over en weer. Gelet hierop en op de leeftijd van de wederzijds betrokkenen ten tijde van deze tongzoen is het hof van oordeel dat een zo betrekkelijk weinig ingrijpende gedraging van deze personen tussen wie een zekere vertrouwdheid was ontstaan in de omstandigheden van dit geval niet in strijd is met de sociaal ethische norm, zodat naar het oordeel van het hof geen sprake is van een ontuchtige handeling en de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde derhalve behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de
verdachtedaarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,
mr. M.J.J. van den Honert en mr. B.A. Stoker-Klein, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 juni 2014.
Mr. B.A. Stoker-Klein is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.