ECLI:NL:GHDHA:2014:2272
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.M. van der Nat
- J.W. Klein Wolterink
- N. Zandbergen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ongeschiktheid openbare plaats voor naaktrecreatie
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen een veroordeling wegens ongeklede recreatie op een plaats die niet als geschikt voor naaktrecreatie was aangewezen. De verdachte bevond zich op 8 juli 2013 te Delft ongekleed op een openbare plaats die volgens het Openbaar Ministerie niet geschikt was voor naaktrecreatie.
De kantonrechter veroordeelde de verdachte tot een geldboete, maar het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de plaats evident ongeschikt was voor ongeklede recreatie. Het hof benadrukte dat de beoordeling van geschiktheid een open norm is die door de rechter moet worden ingevuld, waarbij alleen evidente ongeschiktheid tot strafbaarheid leidt.
Het hof verwierp het door het Openbaar Ministerie gehanteerde criterium van een getalsmatige norm (meer dan 150 geklede recreanten) als niet rechtszeker en onpraktisch. Gezien de feiten en omstandigheden was niet aannemelijk dat de plaats niet geschikt was voor naaktrecreatie. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Het arrest onderstreept het belang van duidelijke normen en voldoende bewijs bij de toepassing van artikel 430a Sr en beperkt de strafrechtelijke handhaving tot gevallen van evidente ongeschiktheid van de openbare plaats voor naaktrecreatie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de plaats niet geschikt was voor ongeklede recreatie.