Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
H.F. Vuijk, tolk in de Poolse taal.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding door de rechtbank Den Haag. De man stelde dat hij onvoldoende Nederlands beheerst om de vragen in eerste aanleg goed te begrijpen en betwistte dat het huwelijk een schijnhuwelijk was. Hij voerde aan dat er sprake was van een affectieve relatie en dat hij de biologische vader was van het kind van de vrouw.
De vrouw stelde dat het huwelijk was aangegaan om de man een verblijfsvergunning te verschaffen en dat er geen affectieve relatie of feitelijke samenwoning was geweest. Zij ontkende kennis van het huwelijk en stelde dat het kind van een andere man was.
Het hof oordeelde dat het huwelijk slechts was aangegaan om verblijfsrecht te verkrijgen en derhalve een schijnhuwelijk betrof. Het hof vond de nieuwe verklaring van de man over het vaderschap ongeloofwaardig en nam de bevindingen van de rechtbank over. Omdat erkenning van het schijnhuwelijk in strijd is met de openbare orde, werd het huwelijk niet erkend en het echtscheidingsverzoek afgewezen.
Het hof bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking en wees het verzoek tot echtscheiding af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot echtscheiding af omdat het huwelijk een schijnhuwelijk is en niet erkend wordt.