Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 22 juli 2014
[appellante],
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
kangeven tot het verkorten van de wettelijke termijn - om een discretionaire bevoegdheid, die niet noopt tot, noch aanspraak geeft op een verkorting zodra er afdrachten hebben plaatsgevonden, dus ongeacht de aard en omvang van de schulden en alle overige omstandigheden van het geval, waaronder ook de omvang van de afdrachten, die in dit geval door [appellante] en de curator ter zitting in hoger beroep op een bedrag tussen de twee- en driehonderd euro per maand (tot 1 januari 2014) zijn geschat, wat, afgezet tegen het crediteurentotaal, niet zeer substantieel is.