ECLI:NL:GHDHA:2014:266
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- W.P.C.M. Bruinsma
- H.P.Ch. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor aanranding en ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers
De verdachte werd beschuldigd van aanranding en meerdere ontuchtige handelingen met verschillende minderjarige slachtoffers, variërend van vijf tot zeventien jaar oud, binnen de context van een kerkelijke gemeenschap.
Na onderzoek en hoger beroep sprak het hof de verdachte vrij van enkele tenlasteleggingen wegens onvoldoende bewijs, maar achtte hem schuldig aan meerdere ontuchtige handelingen met minderjarigen buiten echt, waaronder betasten en het laten betasten van de schaamstreek en borsten. De bewijsvoering was gebaseerd op aangiften, verklaringen van slachtoffers en de bekentenis van de verdachte.
Het hof hield rekening met de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn therapie en sociale ontwrichting. Daarom legde het een taakstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 300 dagen op, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar en bijzondere voorwaarden omtrent reclassering en ambulante behandeling.
De vordering tot schadevergoeding van een slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur taakstraf en 300 dagen gevangenisstraf, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.