ECLI:NL:GHDHA:2014:2734

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2014
Publicatiedatum
18 augustus 2014
Zaaknummer
200.125.728-01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kamminga
  • Stollenwerck
  • Van Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot oproeping vermiste wegens niet-naleving rechterlijk bevel

De belanghebbende verzocht het gerechtshof Den Haag om een vermiste op te roepen, conform een eerder bevel van het hof. Dit bevel hield in dat de vermiste uiterlijk een maand voor de zitting van 28 maart 2014 moest worden opgeroepen via plaatsing in een Afghaans landelijk dagblad, met bewijs daarvan aan het hof.

De belanghebbende kon niet voldoen aan dit bevel. Hij had een oproep geplaatst in een Afghaans dagblad, maar de papieren versie was kwijtgeraakt en de digitale versie bevatte een verkeerde oproepdatum. Bovendien was de oproeping niet gericht aan het hof maar aan de rechtbank Den Haag en er ontbrak een beëdigde vertaling.

Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan de vereisten en dat de digitale oproep onvoldoende was, omdat niet vaststond dat de vermiste toegang had tot die digitale krant. De belanghebbende beschikte ook niet over de financiële middelen om een nieuwe oproep te plaatsen.

Daarom zag het hof geen aanleiding om de zaak opnieuw aan te houden en wees het het verzoek af. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en het hoger beroep werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot oproeping van de vermiste af en bekrachtigt de bestreden beschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Uitspraak : 7 mei 2014
Zaaknummer : 200.125.728/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-4598
Zaaknummer rechtbank : C/09/421788
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de belanghebbende,
advocaat mr. M.J. Flach te Groningen.
Inzake:
[de vermiste],
geboren op [geboortedatum] 1982 te Zhawakhiel, Afghanistan,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
hierna te noemen: de vermiste.
In verband met het bepaalde in artikel 44 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de advocaat-generaal van het ressortsparket Den Haag,
hierna te noemen: het openbaar ministerie.

VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Het hof verwijst naar zijn beschikking van 30 oktober 2013, waarvan de inhoud als hierbij herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. In die beschikking heeft het hof de belanghebbende bevolen de vermiste op te roepen te verschijnen op de terechtzitting van dit hof van 28 maart 2014 te 09.00 uur, door plaatsing van een oproep, uiterlijk een maand voor de dag van die terechtzitting, in een Afghaans landelijk dagblad en aan het hof een bewijs over te leggen van deze oproeping. De behandeling van de zaak is aangehouden tot de zitting van 28 maart 2014. Verder is iedere beslissing aangehouden.
Bij het hof is van de zijde van de belanghebbende op 7 maart 2014 een brief van diezelfde datum met bijlagen ingekomen.
De zaak is op vrijdag 28 maart 2014 in het openbaar mondeling behandeld. Niemand is verschenen.

VERDERE BEOORDELING

1.
De belanghebbende heeft te kennen gegeven dat het hem niet is gelukt om conform het door het hof bepaalde een oproep te plaatsen in een Afghaans Dagblad. Hij stelt dat hij een oproep heeft laten plaatsen in een Afghaans Dagblad, maar de originele papieren versie daarvan is kwijtgeraakt. De belanghebbende heeft bij genoemde brief van 7 maart 2014 wel een digitale uitdraai van de krant met vertaling van de oproep overgelegd. Daaruit blijkt – zoals de belanghebbende ook al te kennen heeft gegeven - dat een verkeerde oproepdatum is vermeld, namelijk 14 maart 2014. De kosten voor een (nieuwe) oproep bedragen ongeveer 2.000 dollar, aldus belanghebbende. Belanghebbende beschikt niet over voldoende draagkracht om dit te kunnen betalen. De ambassade wil geen medewerking verlenen aan een oproep.
Voldaan aan vereisten
2.
Het hof is van oordeel dat niet voldaan is aan de door het hof gegeven bevel tot oproep van de vermiste. Immers, bevolen is de vermiste op te roepen voor de dag van de terechtzitting in een Afghaans Dagblad en aan het hof een bewijs daarvan te overleggen.
Het is niet gebleken dat de vermiste in een papieren versie van de krant is opgeroepen. Zo plaatsing in een digitale krant, waarvan volgende belanghebbende sprake is geweest, al voldoende zou zijn geweest, geldt dat vast moet komen te staan dat de vermiste toegang moet hebben (gehad) tot die digitale krant. Het hof is van oordeel dat daar niet zondermeer van uit kan worden gegaan. Daarnaast is de vermiste opgeroepen tegen een andere datum dan bepaald. Voorts is de vermiste opgeroepen bij de rechtbank Den Haag en niet bij dit hof.
Tot slot is er geen beëdigde vertaling overgelegd van de plaatsing in de digitale krant.
Hernieuwde oproep
3.
Nu belanghebbende kenbaar heeft gemaakt dat hij niet beschikt over de (financiële) mogelijkheden om de oproeping te herhalen met inachtneming van de door het hof gegeven bevel, ziet het hof geen aanleiding om de behandeling van de zaak pro forma aan te houden en de belanghebbende nogmaals daartoe in de gelegenheid te stellen. Door de gebrekkige wijze waarop de belanghebbende uitvoering heeft gegeven aan het bevel oproeping, kan het hof er niet van uitgaan dat de oproeping de vermiste heeft kunnen bereiken. Het komt voor rekening en risico van de belanghebbende dat hij niet in staat is om aan voormeld bevel of de herhaling daarvan uitvoering te geven.
4.
Gelet op het vorenstaande zal het hof het verzoek van de belanghebbende afwijzen en de bestreden beschikking bekrachtigen.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Stollenwerck en Van Veen, bijgestaan door mr. De Klerk als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2014.