Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij te Rijswijk, op of omstreeks 15 oktober 2007, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk al dan niet met voorbedachte rade een persoon genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) van het leven te beroven, opzettelijk al dan niet na rustig overleg en kalm beraad met een semi automatisch pistool, in elk geval een vuurwapen een (aantal) kogel(s) heeft afgevuurd op of in de richting van die die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of andere (onbekend) gebleven perso(o)n(en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 15 oktober 2007 te Rijswijk een of meer wapens van categorie III, te weten een semiautomatisch pistool merk IMI Jericho 941 FB, en/of munitie van categorie III, te weten 14 stuks 9mm Luger patronen, voorhanden heeft gehad;
hij op 15 oktober 2007 te Rijswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
personen genaamd[aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en een andere (onbekend gebleven) persoon van het leven te beroven, opzettelijk met een semiautomatisch pistool kogels heeft afgevuurd in de richting van die [aangever 1] en [aangever 2] en [aangever 3] en een andere (onbekend gebleven) persoon, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 15 oktober 2007 te Rijswijk een wapen van categorie III, te weten een semiautomatisch pistool merk IMI Jericho 941 FB, en munitie van categorie III, te weten 14 stuks 9mm Luger patronen, voorhanden heeft gehad.
Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]
€ 800,- (achthonderd euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 800,- (achthonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.