ECLI:NL:GHDHA:2014:2805
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Mink
- Labohm
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake gezag en omgang minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg waarin zijn verzoek om het ouderlijk gezag van de moeder te schorsen en de verblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen, werd afgewezen. In het hoger beroep heeft de vader zijn eis gewijzigd en verzocht het hof het gezag van de moeder te schorsen en een omgangsregeling vast te stellen.
Het hof oordeelt dat de wijziging van eis toelaatbaar is, maar dat de vader geen spoedeisend belang meer heeft nu de rechtbank Limburg in de bodemprocedure op 19 maart 2014 een einduitspraak heeft gedaan waarin het gezamenlijk gezag is gehandhaafd en de vader het recht op omgang is ontzegd. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden gesteld die het belang van de vader in kort geding rechtvaardigen.
Het hof ziet daarom geen aanleiding het bestreden vonnis te wijzigen en bekrachtigt het vonnis van 10 juli 2013. Tevens veroordeelt het hof de vader in de proceskosten van het hoger beroep vanwege zijn proceshouding. Het hof ziet af van het horen van de minderjarige en gaat niet in op de bewijsaanbiedingen van partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg en veroordeelt de vader in de proceskosten.