ECLI:NL:GHDHA:2014:2808
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Mink
- Van den Wildenberg
- Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep vader tegen omgangsregeling met minderjarige
In deze zaak vordert de vader in hoger beroep een voorlopige omgangsregeling met zijn minderjarige zoon en nakoming van afspraken omtrent begeleid bezoek door Bureau Jeugdzorg (BJZ). De voorzieningenrechter had de vader ontvankelijk verklaard maar zijn vorderingen afgewezen en hem veroordeeld in de proceskosten.
De vader stelt primair een omgangsregeling te willen voor de duur van de bodemprocedure en subsidiair nakoming van eerdere afspraken en vonnissen. BJZ verzet zich en verzoekt het hof het vonnis te bekrachtigen en de vader niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof overweegt dat een kort geding een ordemaatregel betreft en dat het spoedeisend belang aan een voorziening is komen te ontvallen nu de bodemrechter reeds een definitieve beschikking heeft gegeven waarin omgang in 2014 niet in het belang van de minderjarige wordt geacht. Ook de door vader gestelde contactregeling is niet komen vast te staan.
Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk voor zover het de omgang betreft, wijst de overige vorderingen af en veroordeelt de vader in de proceskosten van het hoger beroep. De proceskosten worden begroot op €1.598,- en zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor omgangsregeling en veroordeeld in proceskosten.