Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- [appellant] te veroordelen tot afgifte aan [geïntimeerde] van alle bescheiden die zich nog onder hem bevinden en die te maken hebben met de afwikkeling van de onderhavige nalatenschappen en het door hem gevoerde beheer, daaronder begrepen (doch niet uitsluitend) adviezen van door hem geraadpleegde adviseurs, aantekeningen, facturen, bonnen, betalingsbewijzen, correspondentie, administraties, jaarverslagen, bankafschriften, door de bank verstrekte overzichten en belastingaangiftes, primair, in origineel, of subsidiair, in kopie, of nog meer subsidiair, [geïntimeerde] en door haar aan te wijzen adviseurs te allen tijde (mits op redelijke tijden en na vooraf maken van een afspraak) en zo vaak als zij wil inzage te verschaffen in de betreffende bescheiden, en [geïntimeerde] toe te staan kopieën te maken van alle documenten waar zij kopieën van wil maken, of nog meer subsidiair, ten aanzien van afgifte van bescheiden en/of het verstrekken van gelegenheid tot inzage een dusdanige voorziening te treffen als het hof in goede justitie geraden acht;
- aan een veroordeling naar aanleiding van het gevorderde sub 1 aanvullend toe te voegen dat [appellant] een dwangsom verbeurt van € 2.500 voor iedere dag en voor iedere gebeurtenis dat [appellant] in gebreke blijft om volledig aan deze veroordeling tot afgifte of tot inzage te voldoen;
- [appellant] te veroordelen tot betaling van € 667.160,89, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze volgens de wet verschuldigd is althans vanaf 8 augustus 2003 tot de dag der algehele voldoening;
- [appellant] te gelasten op een termijn van 3 maanden, althans op een door het hof in goede justitie te bepalen termijn, aan [geïntimeerde] rekening en verantwoording te doen ter zake van het door hem, in het lichaam van de dagvaarding d.d. 21 juni 2006 gespecificeerd omschreven, gevoerde beheer;
- met benoeming van een raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de rekening gedaan dient te worden;
- met bepaling dat, indien [appellant] in gebreke mocht blijven op de door de raadsheer-commissaris te bepalen dag te verschijnen of rekening te doen of de aan de raadsheer-commissaris overgelegde rekening binnen de daarvoor bepaalde termijn aan [geïntimeerde] te betekenen, hij een dwangsom verbeurt van € 2.500 voor iedere dag dat het verzuim voortduurt;
- het bedrag van ontvangsten en uitgaven van de rekening vast te stellen en het saldo te bepalen (in welk saldo mede begrepen dient te worden hetgeen [appellant] niet verantwoord heeft);
- [appellant] te veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde] van zodanige som als bij het sluiten van de rekening aan de erven zal blijken toe te komen, te vermeerderen met de wettelijke rente volgens de wet;
- met veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure in beide instanties.
fl. 374.654,- en niet voor fl. 323.094,90 in de vordering dient te worden meegenomen.
Stichting [naam Stichting]
1. [Ltd. A];
2. [naam Ltd. 1];
3. [naam Ltd. 2];
4. [AG A];
5. [AG B];
6.[AG C];
7. [AG D];
8. [AG E];
9. [AG F];
10. [AG G];
11. [AG H];
12. [AG I];
13.[AG J];
14. [AG K];
15. [AG L];
16. [AG M];
17. [AG N];
18. [vennootschap O].”
nietin de aangifte voor het recht van successie, ..... , opgenomen.”