Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 7 oktober 2014
Bouwonderneming Stout B.V.,
De procedure
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Beslissing
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 24 maart 2010 en 9 november 2011;
- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van 18 december 2013, doch uitsluitend voor zover daarbij Wellnesselande c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, is veroordeeld om aan Stout te betalen een bedrag van € 143.239,53, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag met ingang van 24 november 2006 tot de dag van volledige betaling,
- bekrachtigt het vonnis van 18 december 2013 voor het overige;
- veroordeelt Stout tot terugbetaling aan Wellnesselande c.s. van hetgeen laatstgenoemde uit hoofde van het bestreden vonnis meer aan verbouwingskosten met wettelijke handelsrente daarover heeft betaald dan € 115.237,74 met wettelijke handelsrente daarover, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de dag van betaling tot aan de dag van terugbetaling;