ECLI:NL:GHDHA:2014:326
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.P.C.M. Bruinsma
- L.F. Gerretsen-Visser
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling handel in cocaïne en wapenbezit met vrijspraak geweldsdelict
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden wegens handel in cocaïne, medeplegen van voorbereidingshandelingen daartoe, bezit van meer dan toegestane softdrugs en het bezit van een wapenonderdeel. Het hof achtte het bewijs, waaronder tapgesprekken en aangetroffen voorwerpen, wettig en overtuigend. De verdediging voerde onder meer schending van privacy en onredelijke duur van het onderzoek aan, maar dit werd verworpen.
Het hof sprak de verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde geweldsdelict, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. De strafmaat werd verlaagd van 18 naar 16 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven, terwijl wapens en munitie onttrokken werden aan het verkeer.
De zaak betrof een langdurig onderzoek met inzet van BOB-middelen, gericht op drugshandel en wapenbezit. Het hof oordeelde dat de verdachte ondanks eerdere veroordelingen opnieuw strafbare feiten pleegde. De uitspraak benadrukt de ernst van drugshandel en de maatschappelijke schade daarvan.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf voor drugshandel en wapenbezit, vrijgesproken van geweldsdelict.