De verdachte werd beschuldigd van het mishandelen van zijn ex-vrouw door haar bij de keel vast te pakken en daarin te knijpen, waardoor zij pijn ondervond. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur, met 20 dagen vervangende hechtenis. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Het hof heeft de verklaringen van het slachtoffer en een getuige als geloofwaardig beoordeeld en acht het bewezen dat de verdachte op 2 december 2010 in Rotterdam mishandeling heeft gepleegd. Het hof verwierp het verweer van de verdachte dat de verklaringen onbetrouwbaar zouden zijn.
Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, en de persoonlijke situatie van de verdachte. Hoewel de verdachte eerder is veroordeeld, is er nu sprake van een goede omgang met zijn zoon en geen ruzie meer met het slachtoffer. Het hof veroordeelde de verdachte tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur, vervangbaar door 20 dagen hechtenis, en vernietigde het eerdere vonnis.