ECLI:NL:GHDHA:2014:3271
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.W. Klein Wolterink
- A.E. Mos-Verstraten
- P.C. Römer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij cocaïnehandel
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het verschaffen van gelegenheid en middelen voor het vervoer van ongeveer twee kilogram cocaïne, verborgen in een reserveband in een auto die in zijn garage stond. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs onderzocht en vastgesteld dat niet buiten redelijke twijfel kon worden bewezen dat de verdachte wist dat er cocaïne in zijn garage was verstopt. De verdachte zou de garage ter beschikking hebben gesteld en behulpzaam zijn geweest bij het vervoer van de cocaïne, maar dit kon niet overtuigend worden aangetoond.
De advocaat-generaal vorderde vrijspraak en het hof volgde dit standpunt. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de verdachte betrof en sprak hem vrij van alle ten laste gelegde feiten. Hiermee werd het eerdere oordeel van de rechtbank Rotterdam verworpen vanwege gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het vervoer van cocaïne.