ECLI:NL:GHDHA:2014:3278

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2014
Publicatiedatum
14 oktober 2014
Zaaknummer
000798-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591 SvArt. 591a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in strafzaak

De verzoeker is door het gerechtshof Den Haag vrijgesproken van het ten laste gelegde, waarna hij een verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, tijdverzuim en reiskosten indiende op grond van artikel 591a Sv. Het hof vernietigde eerder het vonnis van de rechtbank Dordrecht en sprak verzoeker vrij, wat onherroepelijk werd.

Het verzoek tot vergoeding omvatte €3.907,45 aan rechtsbijstandskosten, €1.000,- voor tijdverzuim, €57,94 aan reiskosten en €550,- voor kosten van het opstellen van het verzoekschrift en rechtsbijstand tijdens de behandeling daarvan. De advocaat-generaal stelde zich op het standpunt dat het verzoek moest worden afgewezen.

Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van rechtsbijstandskosten en reiskosten voor zittingen, maar niet voor reiskosten voor bezoek aan de advocaat en niet voor de kosten van tijdverzuim, omdat niet was gebleken dat daadwerkelijk vervangingskosten waren gemaakt. De forfaitaire vergoeding van €550,- voor de behandeling van het verzoek werd eveneens toegekend.

Het hof wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van €4.482,07 en wees het meerdere af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2014 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en reiskosten wordt toegekend voor een bedrag van €4.482,07.

Uitspraak

Datum uitspraak 22 juli 2014

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gewezen naar aanleiding van een ter griffie van dit hof ingekomen verzoekschrift, op grond van artikel 591 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering ingediend namens:

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1976,
[adres],
in deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn advocaat, [adres].
Procesgang
Dit gerechtshof heeft bij arrest van 11 februari 2014 met rolnummer 22-005625-12 het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 5 december 2012 in de strafzaak tegen de verzoeker met parketnummer 11-180271-12 vernietigd en hem vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde.
Dit arrest is inmiddels onherroepelijk geworden.
Namens de verzoeker is bij een op 8 mei 2014 ter griffie van dit hof ingekomen verzoekschrift vergoeding gevraagd van € 3.907,45 ter zake van kosten voor rechtsbijstand in zijn strafzaak, € 1.000,- ter zake van kosten voor tijdverzuim, € 57,94 ter zake van reiskosten (naar het kantoor van de raadsman € 33,32, naar de rechtbank en het hof respectievelijk € 6,90 en € 17,72), alsmede € 550,- ter zake van kosten van het door zijn advocaat opstellen van het onderhavige verzoekschrift en van de rechtsbijstand tijdens de behandeling daarvan.
De raadkamer heeft dit verzoekschrift in het openbaar behandeld op 8 juli 2014. Daarbij zijn gehoord de advocaat mevrouw mr. E.A.M. Brugman en de advocaat-generaal mr. W.R. Oostenbrink.
De advocaat-generaal heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het openbaar ministerie, strekkende tot afwijzing van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
De strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd met een beslissing die de verzoeker op grond van artikel 591a, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in beginsel recht geeft op vergoeding van de ten behoeve van de strafzaak gemaakte kosten voor rechtsbijstand, tijdverzuim en reiskosten, zulks indien en voor zover daartoe - alle omstandigheden in aanmerking genomen - gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof verwerpt als rechtens onjuist het primaire standpunt van het openbaar ministerie dat gronden van billijkheid voor enige vergoeding ontbreken voor zover dit berust op de omstandigheid dat niet is vastgesteld dat een ander dan verzoeker zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt.
Voorts kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd dat verzoeker in zodanige mate zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan en het in stand blijven van de tegen hem ontstane redelijke verdenking dat om die reden gronden van billijkheid voor enige vergoeding ontbreken.
Reiskosten
Het hof overweegt dat gronden voor billijkheid aanwezig zijn voor de gemaakte reiskosten ten behoeve van de zitting bij de rechtbank in Dordrecht ad € 6,90 en de gemaakte reiskosten ten behoeve van de zitting bij het gerechtshof in Den Haag ad € 17,72.
Met de advocaat-generaal is de raadkamer van oordeel dat de reiskosten ad € 33,32 teneinde de advocaat op diens kantoor te bezoeken niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Kosten ten gevolge van tijdverzuim
De advocaat van de verzoeker heeft in raadkamer een schriftelijk bescheid overgelegd met als opschrift “urenstaat ten gevolge tijdsverzuim behorende bij strafzaak met parketnummer 11-180271-12” teneinde de kosten voor de vervanger in het bedrijf van de verzoeker
nader te onderbouwen. Naar het oordeel van het hof blijkt uit dit geschrift niet en is ook overigens niet gebleken dat feitelijk kosten voor als gevolg van de strafzaak noodzakelijke vervanging van verzoeker in het bedrijf zijn gemaakt en komen de gestelde kosten derhalve niet als schade ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk geleden voor vergoeding in aanmerking.
Kosten voor rechtsbijstand
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de ten behoeve van de strafzaak gemaakte kosten voor rechtsbijstand ad € 3.907,45. Het verzochte zal derhalve in zoverre worden toegekend.
Nu de advocaat van de verzoeker aanwezig is geweest bij de mondelinge behandeling van het verzoek, zal het hof aan de verzoeker de forfaitaire vergoeding toekennen van € 550,-.
Het meer of anders verzochte wordt afgewezen, nu de gronden van billijkheid voor toekenning daarvan naar het oordeel van het hof ontbreken.
Uit het voorgaande volgt dat moet worden beslist als hierna is aangegeven.
Beslissing
Het hof:
Wijst het verzoek toe, in dier voege dat aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding wordt toegekend tot een bedrag van in totaal
€ 4.482,07 (vierduizend vierhonderd tweeëntachtig euro en zeven eurocent).
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gewezen door mr. R.M. Bouritius, voorzitter, mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. T.L. Tan, leden,
in bijzijn van de griffier mr. drs. L. van Wijk, en op 22 juli 2014 in het openbaar uitgesproken.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
Beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en mitsdien de betaling ten laste van de Staat der Nederlanden door de griffier van dit hof van een bedrag van

€ 4.482,07

(vierduizend vierhonderd tweeëntachtig euro en zeven eurocent),

ten gunste van de verzoeker [verzoeker],

op het door zijn advocaat, mevrouw mr. E.A.M. Brugman, opgegeven rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Maton, onder vermelding van Dossier [verzoeker] 14.03.HT.5921.
Den Haag, 22 juli 2014
De voorzitter,
R.M. Bouritius