ECLI:NL:GHDHA:2014:3647
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Sutorius-van Hees
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over uitleg en uitvoering echtscheidingsconvenant inzake debetsaldo, levensverzekering en belastingteruggaven
In deze zaak staat de uitleg en uitvoering van het echtscheidingsconvenant centraal, met name over de debetstand van de gezamenlijke bankrekening, de afkoop van een levensverzekering en de verdeling van belastingteruggaven. De vrouw kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin haar vorderingen grotendeels werden afgewezen.
Het hof overweegt dat de schuld aan de ABN AMRO-bank op de datum van ontbinding van het huwelijk leidend is voor de verdeling en dat beide partijen ieder voor de helft aansprakelijk zijn. De vrouw kon niet aantonen dat zij meer dan haar aandeel had voldaan, waardoor haar grief geen doel treft. Tevens oordeelt het hof dat van de man niet redelijkerwijs kan worden verlangd mee te werken aan schuldvernieuwing waarbij hij alleen schuldenaar wordt.
Met betrekking tot de levensverzekering bij ASR stelt het hof dat de polis mogelijk is geroyeerd zonder waarde, maar dat de man verplicht blijft tot afkoop tenzij hij dit met bewijs kan aantonen. De vrouw heeft recht op inzage in de polisgegevens.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover de rechtbank de vordering van de vrouw tot betaling van belastingteruggaven afwees. Het hof veroordeelt de man tot betaling van de door hem genoten belastingteruggaven over de jaren 2008 tot en met de verkoop van de woning. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt gedeeltelijk het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de man tot betaling van belastingteruggaven over de woning vanaf 2008 tot en met de verkoop.