Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] namens Jeugdzorg.
- bepaald dat de na te noemen minderjarigen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
- bepaald dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
- ieder eerste weekend van de maand van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur zullen alle minderjarigen bij de vader verblijven;
- ieder tweede weekend van de maand van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur zullen alleen de oudste twee minderjarigen bij de vader verblijven;
- ieder derde weekend van de maand van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur zullen alleen de jongste twee minderjarigen bij de vader verblijven;
- ieder vierde weekend van de maand zullen alle minderjarigen bij de moeder verblijven;
- bepaald dat de vader € 150,- per kind per maand dient te betalen aan de moeder als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- bepaald dat de vader € 250,- per maand dient te betalen aan de moeder als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- uit het huwelijk van partijen zijn geboren:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats 1] (hierna ook te noemen: [minderjarige 1]),
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] (hierna ook te noemen: [minderjarige 2]),
- [minderjarige 3], geboren op[geboortedatum 3] 2010 te [geboorteplaats 3] (hierna ook te noemen: [minderjarige 3]),
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2011 te [geboorteplaats 4] (hierna ook te noemen: [minderjarige 4]),
- de ouders zijn van rechtswege gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast;
- de minderjarigen staan onder toezicht van Jeugdzorg;
- bij beschikking van 9 mei 2014 van de rechtbank Rotterdam is met ingang van 9 mei 2014 machtiging verleend tot plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht bij de met het gezag belaste vader voor de duur van vier weken;
- bij beschikking van 20 mei 2014 van de rechtbank Rotterdam is met ingang van 6 juni 2014 de duur van de machtiging tot plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de met het gezag belaste vader verlengd tot 11 januari 2015.
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2];
- de toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: de zorgregeling);
- de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderalimentatie);
- de door de vader te betalen uitkering tot levensonderhoud voor de moeder (hierna ook: partneralimentatie) en de draagkracht van de vader.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats hebben bij de vader;
- er een zorgregeling wordt vastgesteld inhoudende dat [minderjarige 3] en [minderjarige 4] iedere woensdagmiddag bij de vader zullen zijn en daar contact hebben met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en met beide ouders;
- het verzoek van de moeder tot vaststelling van partneralimentatie wordt afgewezen;
- het verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie wordt afgewezen;