ECLI:NL:GHDHA:2014:3739
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- mrs. Van Kempen
- mrs. Koens
- mrs. Verstappen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nihil kinderalimentatie wegens verwijtbaar inkomensverlies vader
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die zijn verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie had afgewezen. Hij verzocht het hof de kinderalimentatie met ingang van 4 februari 2013 nihil te verklaren vanwege zijn inkomensverlies na ontslag. De moeder verweer zich met het standpunt dat het inkomensverlies verwijtbaar is en dat de vader zijn verdiencapaciteit niet volledig heeft benut.
Het hof overwoog dat het dienstverband van de vader was beëindigd vanwege een conflictueuze situatie, waarbij beide partijen schuld hadden. De vader ontving na beëindiging een WW-uitkering en later een Ziektewetuitkering. Het hof stelde vast dat de vader voldoende heeft gesolliciteerd en zijn verdiencapaciteit niet vrijwillig heeft beperkt. Het inkomensverlies is echter niet voor herstel vatbaar.
Hoewel het hof het verwijtbaar inkomensverlies in het midden liet, concludeerde het dat de vader door de berekende fictieve draagkracht en onderhoudsverplichting feitelijk onvoldoende middelen overhoudt voor zijn eigen levensonderhoud, dat niet onder 90% van de bijstandsnorm mag zakken. Daarom stelde het hof de kinderalimentatie met ingang van 4 februari 2013 nihil vast en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De kinderalimentatie is met ingang van 4 februari 2013 nihil vastgesteld wegens onvoldoende draagkracht van de vader.