Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
6 juni 2014 van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag.
- op 11 september 2014 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- op 28 oktober 2014 een faxbericht met bijlagen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot het doen van schenkingen van €50.000 aan de neef en nicht van de rechthebbende afwees. De bewindvoerders, als ouders van de neef en nicht, hadden verzocht om machtiging voor deze eenmalige schenkingen uit het vermogen van de wilsonbekwame rechthebbende.
De bewindvoerders stelden dat de rechthebbende voldoende vermogen had en dat de schenkingen gebruik zouden maken van een fiscale faciliteit die per 31 december 2014 zou vervallen. Ook werd aangevoerd dat de rechthebbende kinderloos was en haar familie wilde steunen. Het hof overwoog echter dat op grond van de aanbevelingen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) een schenking zonder schenkingstraditie niet wordt toegestaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De bewindvoerders konden geen voldoende schenkingstraditie aantonen. Er was slechts sprake van kleine jaarlijkse giften tijdens minderjarigheid, zonder aanwijzingen dat de rechthebbende de intentie had om grotere schenkingen te doen. Ook was niet gebleken dat de schenkingen in het belang van de rechthebbende waren of haar leefomgeving verbeterden. Daarom werd het verzoek terecht afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schenking wegens het ontbreken van een schenkingstraditie en onvoldoende belang van de rechthebbende.