ECLI:NL:GHDHA:2014:3834
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Kempen
- Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Toedeling echtelijke woning en opschortende voorwaarde bij echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en hebben een convenant gesloten waarin de echtelijke woning aan de man wordt toegedeeld onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijkheid van de hypotheekschuld. De vrouw vorderde betaling van een overbedelingsbedrag omdat zij niet uit de hoofdelijkheid werd ontslagen en de woning niet werd geleverd.
De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag, stellende dat de opschortende voorwaarde in redelijkheid als vervuld moest worden beschouwd omdat de man onvoldoende had gedaan om de voorwaarde te laten vervullen. De man ging in hoger beroep en stelde dat de voorwaarde niet was vervuld en dat hij zich wel had ingespannen.
Het hof oordeelde dat de opschortende voorwaarde een inspanningsverbintenis betreft en dat het ontslag uit de hoofdelijkheid zonder medewerking van de hypotheeknemer niet kan worden bewerkstelligd. De rechtbank was buiten de rechtsstrijd getreden door de voorwaarde als vervuld te beschouwen. Ook was geen sprake van weigering van de man om mee te werken aan verkoop van de woning. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen van de vrouw af, waarbij zij in de kosten van het hoger beroep werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de vrouw af en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.