ECLI:NL:GHDHA:2014:3843

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2014
Publicatiedatum
28 november 2014
Zaaknummer
22-003286-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mensensmokkel via schijnhuwelijk en hulp bij illegaal verblijf

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis, wegens mensensmokkel door het aangaan van een schijnhuwelijk en het verschaffen van middelen voor illegaal verblijf van een man uit Nigeria in het Verenigd Koninkrijk. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en verklaarde de verdachte schuldig aan het ten laste gelegde, met een aangepaste strafoplegging.

Het hof achtte bewezen dat de verdachte in de periode van december 2009 tot oktober 2011 in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Nigeria handelingen verrichtte die gericht waren op het verschaffen van illegaal verblijf aan de betrokkene, waaronder het opgeven van een vals Engels woonadres, het aanvragen van een National Insurance Number en het ondersteunen van een aanvraag voor een EER-verblijfsvergunning op basis van een schijnhuwelijk.

De verdediging voerde aan dat de verdachte niet met opzet handelde, maar het hof oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet vanwege de aanmerkelijke kans dat het verblijf wederrechtelijk was. Het hof legde een taakstraf op van 150 uren, waarvan 75 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, waarbij rekening werd gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van strafbaarstelling van hulp bij illegaal verblijf.

Het arrest onderstreept het belang van het tegengaan van mensensmokkel en het beschermen van het overheidsbeleid omtrent legaal verblijf binnen de Europese Economische Ruimte. De straf is een gebalanceerde reactie op de ernst van het feit en de omstandigheden van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, waarvan 75 uren voorwaardelijk, wegens mensensmokkel via schijnhuwelijk.

Uitspraak

PROMIS
Rolnummer: 22-003286-13
Parketnummer: 10-963074-12
Datum uitspraak: 21 oktober 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1984,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 7 oktober 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 24 oktober 2011 te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een man genaamd [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1977 te Nigeria) (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in het Verenigd Koninkrijk, in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hebbende/zijnde verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)
- contact gehad en/of onderhouden met (een) in Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk verblijvende mededader(s) en/of voornoemde - onrechtmatig in het Verenigd Koninkrijk wonende/verblijvende - [betrokkene] en/of
- in het Verenigd Koninkrijk een National Insurance Number aangevraagd en (op 10 december 2009) verkregen onder verstrekking van een adres in het Verenigd Koninkrijk (als zijnde verdachtes woonadres) terwijl verdachte in Nederland in de gemeentelijke basis administratie stond ingeschreven en/of woonachtig was en/of
- met die [betrokkene] een schijnhuwelijk aangegaan en/of
- een, op basis van voormeld schijnhuwelijk, door/namens [betrokkene] (op 18 maart 2011 en/of op 24 oktober 2011) ingediende aanvra(a)g(en) voor een EER-verblijfsvergunning ondersteund met verdachtes Nederlandse identiteitskaart en/of
- op andermans kosten althans zonder daarvoor zelf te betalen (een) (retour)vlucht(en) naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt in het kader van (de voorbereiding van) voornoemd schijnhuwelijk en/of van (een) (andere) handeling(en) ten behoeve van het verschaffen van verblijf van die [betrokkene] en/of
- geld ontvangen voor het aangaan van voornoemd schijnhuwelijk en/of voor (een) (andere) verrichte handeling(en) ten behoeve van het - voor die [betrokkene]- verschaffen van verblijf.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich niet geheel met de bewezenverklaring en de strafoplegging verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij
op een of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 01 december 2009 tot en met 24 oktober 2011
te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk gevalin Nederland
,en
/ofin het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen,een ander, te weten een man genaamd [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1977
te Nigeria)
(telkens)uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in het Verenigd Koninkrijk,
in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hebbende/zijnde verdachte en/of verdachtes mededader(s)
(telkens)
- contact gehad
en/of onderhoudenmet
(een)in Nederland en
/ofhet Verenigd Koninkrijk verblijvende mededader
(s
)en
/ofvoornoemde
- onrechtmatig in het Verenigd Koninkrijk wonende/verblijvende -[betrokkene] en
/of
- in het Verenigd Koninkrijk een National Insurance Number aangevraagd en
(op 10 december 2009
)verkregen onder verstrekking van een adres in het Verenigd Koninkrijk
(als zijnde verdachtes woonadres
)terwijl verdachte in Nederland in de gemeentelijke basis administratie stond ingeschreven en
/ofwoonachtig was en
/of
- met die [betrokkene] een schijnhuwelijk aangegaan en/of
- een
, op basis van voormeld schijnhuwelijk,door/namens [betrokkene]
(op 18 maart 2011 en
/ofop 24 oktober 2011
)ingediende aanvra
(a)g
(en
)voor een EER-verblijfsvergunning ondersteund met verdachtes Nederlandse identiteitskaart en
/of
- op andermans kosten
althans zonder daarvoor zelf te betalen (een) (retour
)vlucht
(en
)naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt in het kader van
(de voorbereiding van) voornoemd schijnhuwelijk en/of van(een) (andere) handeling(en) ten behoeve van het verschaffen van verblijf van die [betrokkene].
en/of
- geld ontvangen voor het aangaan van voornoemd schijnhuwelijk en/of voor (een) (andere) verrichte handeling(en) ten behoeve van het - voor die [betrokkene]- verschaffen van verblijf.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, nu niet kan worden bewezen dat de verdachte zich met opzet schuldig heeft gemaakt aan het behulpzaam zijn bij verschaffen van het wederrechtelijk verblijf van [betrokkene].
Het hof overweegt diengaande als volgt.
Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden. Naar het oordeel van het hof kunnen de bewezenverklaarde uitvoeringshandelingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zijnde zozeer gericht op het behulpzaam zijn bij verschaffen van het wederrechtelijk verblijf van [betrokkene], dat moet worden aangenomen dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard en dat derhalve bij de verdachte het opzet – minstgenomen in voorwaardelijke zin – aanwezig was.
Het hof acht de verklaring van de verdachte dat zij niet wist wat zij deed toen zij in een Engels homeoffice haar identiteitskaart afgaf en formulieren invulde niet aannemelijk, nu de verdachte bij die gelegenheid – in strijd met de waarheid – zelf een Engels adres als zijnde haar woonadres heeft opgegeven (blz 14 politie proces-verbaal).
Het hof verwerpt het verweer.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan 75 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich op bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan een vorm van mensensmokkel. Door aldus te handelen heeft de verdachte het overheidsbeleid dat wordt gevoerd in de landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, doorkruist. Het belang van strafbaarstelling van hulp bij illegaal verblijf is daarin gelegen, dat op het grondgebied van een staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 september 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Wat betreft de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 17 juni 2013, opgemaakt en ondertekend door reclasseringswerker R. van Kesteren.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf zoals is gevorderd door de advocaat-generaal een passende en geboden reactie vormt. Een geheel onvoorwaardelijke taakstraf, zoals bepleit door de raadsman, doet geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde feit. Ouderlijke zorgplichten voor de 4 jonge kinderen van verdachte staan naar het oordeel van het hof niet aan oplegging van een deels onvoorwaardelijke taakstraf in de weg. De verdachte zal hiervoor – zoals ieder ander in haar positie – een adequate oplossing dienen te zoeken.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 197a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
75 (vijfenzeventig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
37 (zevenendertig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. W.J. van Boven, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 oktober 2014.
Mr. M.I. Veldt-Foglia is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.