ECLI:NL:GHDHA:2014:3862
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- A.H.N. Stollenwerck
- A.E. Sutorius-van Hees
- Rechtspraak.nl
Uitleg en uitvoering pensioenverevening in echtscheidingsconvenant en gevolgen wettelijke rente
Partijen zijn in 1979 gehuwd en in 2005 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant van 17 oktober 2005 is een pensioenverevening overeengekomen waarbij de man een contante betaling van € 8.458,00 aan de vrouw zou doen ter afwikkeling van haar pensioenrechten. Partijen hebben vooraf bij het ABP informatie ingewonnen over hun pensioenaanspraken.
De vrouw stelde dat zij geen afstand had gedaan van haar pensioenrechten en dat de pensioenverevening pas op 10 oktober 2009 was ingetrokken met een aanvullende verklaring aan het ABP. De man handhaafde dat het convenant de pensioenverevening regelde. De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van € 8.458,00 plus wettelijke rente vanaf 17 oktober 2005.
Het hof oordeelt dat het convenant en de uitvoering daarvan, inclusief het formulier van 10 oktober 2009, samen de pensioenverevening regelen en dat partijen beoogden dat het ABP niet tot verevening zou overgaan. De wettelijke rente vanaf 2005 is echter onterecht toegewezen omdat de man niet eerder in verzuim was. De vrouw moet daarom € 3.249,50 aan de man terugbetalen met rente vanaf 11 november 2014.
De overige grieven van de vrouw worden verworpen en het bestreden vonnis wordt in zoverre vernietigd. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt de renteveroordeling vanaf 2005, wijst de rentevordering van de vrouw af en veroordeelt haar tot terugbetaling van € 3.249,50 met rente.