Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 december 2014
de Staat der Nederlanden (ministerie van Veiligheid en Justitie),
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
[naam],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
. Immers per individuele gedetineerde is steeds niet alleen nagegaan of betrokkene aan de onder 3.2 vermelde criteria(Hof: van de Spog)
voldoet, maar zelfs indien gedetineerden in de praktijk niet aan die criteria voldeden heeft de directeur in nogal wat gevallen anticiperend op de criteria gedetineerden alsnog in het plusprogramma geplaatst, naar de beroepscommissie zelfs heeft begrepen soms in een streven om zoveel mogelijk gedetineerden in aanmerking te laten komen voor het plusprogramma. De directeur heeft wat dit betreft aangegeven nog een eigen belangenafweging te hebben gemaakt en een aantal gedetineerden in het plusprogramma te hebben geplaatst die feitelijk nog niet helemaal aan de daarvoor geldende eisen voldeden. Dit gebeurde omdat werd verwacht dat deze gedetineerden binnen voorzienbare termijn wel zouden voldoen aan die eisen. Nu dus sprake was van een aanzienlijke beoordelingsruimteen in de praktijk het de directeur was die nadere invulling gaf aan die beoordelingsruimte zal de beroepscommissie, ook al was de bedoeling van de regelgever kennelijk een andere, ervan uitgaan dat sprake is geweest van een beslissing genomen door of namens de directeur jegens de gedetineerde zodat klagers ontvankelijk zijn in hun beklag. Voor zover deze beslissingen in uitzonderlijke gevallen zijn genomen namens de Minister van Veiligheid en Justitie gaat de beroepscommissie ervan uit dat dit berust op een kennelijke vergissing(onderstreping Hof)
zodat ook in die gevallen het beklag ontvankelijk is. De beklagcommissie is in de onderhavige zaak dan ook op goede gronden tot het oordeel gekomen dat het beklag ontvankelijk is.
nietde eis stelt dat een dagprogramma van minimaal 59 uur per week wordt aangeboden. Aangezien het plusprogramma door de directeur van een inrichting wordt vormgegeven en de inhoud daarvan niet wordt bepaald door de in artikel 3 lid 2 Pm Pro neergelegde minimum-eisen, die immers uitsluitend betrekking hebben op een regime van algehele gemeenschap, is in zoverre sprake van een verslechtering van de rechtspositie van geïntimeerden. Onderzocht moet worden of zij tegen die verslechtering bij de Beroepscommissie kunnen opkomen.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- verklaart geïntimeerden niet-ontvankelijk in hun vordering;
- compenseert de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.