Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 november 2014
[appellant],
DREMA WATERBEHANDELING B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- verboden inbreuk te maken op de auteursrechten van Drema op (de vormgeving van) de NAIM verdamper – hierna: de verdamper;
- bevolen binnen twee maanden na betekening opgave te doen en inbreukmakende zaken terug te halen als omschreven in rechtsoverwegingen 3.2 en 3.3 van het vonnis;
- bevolen binnen drie maanden na betekening inbreukmakende tekeningen en verveelvoudigingen aan Drema te overhandigen (in rechtsoverweging 3.4);
- veroordeeld tot betaling van dwangsommen van € 5000,-- ineens en € 100,-- per dag indien hij nalaat geheel te voldoen aan het onder 3.2, 3.3 respectievelijk 3.4 van het vonnis vermelde bevel, tot een maximum van € 100.000,--;
- veroordeeld aan Drema te betalen de door Drema geleden schade (naar het hof begrijpt door voormelde inbreuk), nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding (5 februari 1999).
- dat de door [appellant] aan Drema verschuldigde schade door omzetverlies in de periode 1998 tot en met 2000 dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 86.458,--;
- dat de door [appellant] aan Drema verschuldigde schade door omzetverlies in de periode 2001 tot en met 2010 dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 250.000,--;
- dat de door [appellant] verschuldigde (proces)kosten in verband met betekeningen en procedures dienen te worden vastgesteld op een bedrag van € 6.771,--;
- dat de door [appellant] aan Drema verschuldigde dwangsommen dienen te worden vastgesteld op een bedrag van € 100.000,--;
- dat [appellant] aan Drema tot 1 augustus 2011 een bedrag aan wettelijke rente verschuldigd is ten bedrage van € 137.245,--;
- dat [appellant] wettelijke rente verschuldigd is over
vaststellingvan de omvang van de betalingsverplichtingen van [appellant] vordert omdat [appellant] zich niet bereid heeft getoond de verschuldigde bedragen te betalen of daarover in onderhandeling te treden. Kennelijk wil zij daarmee aangeven dat zij voldoende belang heeft bij het enkel vorderen van verklaringen voor recht. [appellant] heeft een en ander niet bestreden. Het hof merkt op dat het vorderen van een verklaring voor recht in plaats van een veroordeling met de enkele bedoeling minder griffierecht te betalen in beginsel niet een te respecteren belang oplevert. In dit geval zijn de griffierechten echter berekend op basis van de in de verklaringen voor recht genoemde schadebedragen, zodat daarvan geen sprake is. Het bovenstaande in aanmerking nemende, gaat het hof ervan uit dat Drema voldoende belang heeft bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht.
- dat nadat [appellant] per 30 oktober 1997 haar bedrijf had verlaten de omzet door verkoop van verdampers achter bleef bij de verwachtingen en bleek dat door en/of via tussenkomst van [appellant] identieke verdampers op de markt werden aangeboden tegen sterk concurrerende prijzen;
- dat blijkens het door haar als productie 8 in eerste aanleg overgelegde rapport van Van Limborgh & Partners, accountants, van 18 november 2004, over de jaren 1998 tot en met 2000 sprake was van een zodanige omzetdaling dat de daardoor geleden schade (bestaande uit gederfde winst en misgelopen dekkingsbijdragen) € 86.458,-- bedroeg;
- dat de markt voor haar verdampers door het inbreukmakend handelen van [appellant] volledig was “verpest” doordat