Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van de familiekamer d.d. 18 november 2014
Het geding
- [broer A] in persoon, bijgestaan door mr. Kuijper, voornoemd;
- mr. Zwijnenberg, voornoemd.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak tussen twee broers staat het geschil centraal over het sturen van lasterlijke en beledigende e-mails door de ene broer aan de andere. De voorzieningenrechter had een contactverbod van tien jaar opgelegd met een dwangsom van €1.000 per overtreding, met een maximum van €50.000.
De appellant, de verzender van de e-mails, voerde onder meer aan dat hij niet zelf de e-mails had verstuurd en dat het contactverbod te lang en de dwangsom te hoog was. Het hof verwierp deze grieven, omdat onvoldoende onderbouwing was gegeven voor de stelling dat derden het e-mailaccount hadden gebruikt en omdat herhaald onrechtmatig gedrag was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat het contactverbod van tien jaar proportioneel is gezien de herhaalde overtredingen en de ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geïntimeerde. Ook de hoogte van de dwangsom werd als passend beschouwd. De appellant werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het hoger beroep werd daarmee afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het contactverbod van tien jaar met een dwangsom en veroordeelt appellant in proceskosten.