ECLI:NL:GHDHA:2014:4299
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanhouding beslissing voorwaardelijke incidentele vordering in civiele zaak tussen cliënt en advocaat
In deze civiele procedure is appellant, een man, in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. De geïntimeerde, een advocaat, heeft in haar memorie van antwoord een voorwaardelijke incidentele vordering ingesteld op grond van artikel 843a Rv. Deze vordering is afhankelijk gesteld van het oordeel van het hof in de hoofdzaak.
Het hof constateert dat op het moment van het incident nog geen beslissing in de hoofdzaak is genomen, waardoor de voorwaarde voor behandeling van de incidentele vordering niet is vervuld. De man heeft geen bezwaar gemaakt tegen het inbrengen van relevante processtukken uit een echtscheidingsprocedure.
Gezien het feit dat de zaak niet vereist dat voorafgaand aan de hoofdzaak op de incidentele vordering wordt beslist, houdt het hof de beslissing aan. De zaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor beraad en arrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De beslissing op de voorwaardelijke incidentele vordering wordt aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.