Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 16 december 2014
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
- voor zover nog nodig aan de man toegedeeld de in augustus 2005 nog resterende netto verkoopopbrengst van de vroegere tweede woning op [volgt naam], de aandelen van [naam] BV, de [auto een] en het deel van de inboedel dat al in zijn bezit was en is;
- voor zover nog nodig aan de vrouw toegedeeld de [auto twee] en het deel van de inboedel dat al in haar bezit was en is;
- de man veroordeeld om aan de vrouw te betalen een bedrag van per saldo € 3.383,31.
naar het hof begrijpt: het bestreden vonnis te vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen enbij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
- de tussen partijen nog bestaande huwelijksgoederengemeenschap, voor zover in hoger beroep aan het hof voorgelegd, te verdelen op de wijze als bij de memorie van grieven gesteld;
- de man te veroordelen om aan de bewindvoerster over het bedrag dat de man aan de bewindvoerster verschuldigd zal zijn de wettelijke rente te voldoen vanaf 10 juli 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;
- althans te beslissen als het hof in goede justitie zelf vermeende te behoren.
Het geschil
- de man daarop niet zou hebben afgelost, maar door geldopnames een luxe leventje zou hebben geleid;
- de vrouw pas in 2005 wist van deze schuld;
- met de schuld rekening is gehouden bij de berekening van de draagkracht van de man in het kader van de partneralimentatie.